header

God roept de mens

De opgave van ons leven is,

dat een ieder het unieke

beeld van God van hem of ...

 

God roept de mens (Uit de Soefi-gedachte)

 

 

De opgave van ons leven is, dat een ieder het unieke beeld dat God van hem of haar gemaakt heeft, in deze wereld zichtbaar laat worden.

(Anselm Grün)

 

Mijn inspiratie tot een verdere verdieping in het onderwerp “God roept de mens” ontstond gedurende de drie spirituele zondagen in de soefitempel te Katwijk over christelijke mystici en meditatie. De hoge opkomst en de heterogene samenstelling van de circa tactig belangstellenden per sessie zorgden tijdens de interactieve oe- feningen voor een sfeer van ontvankelijk zijn voor nieuwe of onbekende gewaarwordingen. Hierdoor kon in ieders ziel het ademen van God zich manifesteren. Vragen die voor mij overbleven waren echter: kan de ziel zich autonoom ontvouwen, heeft de ziel stimulansen nodig van wijsgeren/mystici of roept God de ziel wakker in de mens.

 

Het ontwaken van de ziel

Hazrat Inayat Khan zegt in zijn boek “De Ziel, vanwaar, waarheen?” dat het ontwaken van de ziel de bewustwording is van dat deel van ons wezen waarin wij ons realiseren één enkel wezen te zijn dat onderdeel uitmaakt van het aldoordringende Bewustzijn oftewel het Enige Wezen. Wanneer dit bewustzijn gevangen wordt in een begrenzing – lichaam, geest – en omringd door elementen – aarde, water, vuur en lucht – wordt het in die staat van gevangenschap ‘ziel’ genoemd.

 

Voorts zegt hij over de ziel dat die geboorte noch dood kent, begin noch einde. Zonde kan haar niet raken, noch kan deugd haar in verrukking brengen. Wijsheid kan haar niet doen opengaan, noch kan onwetendheid haar verduisteren. Zij is altijd geweest, en zal altijd zijn. Zij is het wezen zelf van de mens en al het andere is haar bedekking, zoals een lampenglas over het licht. De ontplooiing van de ziel komt vanuit haar eigen kracht en wordt voleindigd wanneer zij de banden met de lagere gebieden doorbreekt. Zij is van nature vrij en ziet uit naar vrijheid tijdens haar gevangenschap.

 

Wat mystici ons vertellen

Voor mystici en allen die een ontwaakte ziel hebben is God de bron en het doel van alles. God is alles, en alles is God. Hij is de poort, de ingang naar de hemel. God is voor de mysticus een sleutel om daarmee het geheim van het leven te openen, de verblijfplaats vanwaar hij komt en waarheen hij terugkeert en waar hij zich thuis voelt. De mysticus wordt als mysticus geboren; hij heeft een zekere aanleg tot myticisme. Deze aanleg kan ook verworven worden, op voorwaarde dat het verlangen naar mysticisme een mystiek verlangen is. Als de mysticus zijn doel in religie vindt, is het om God tot werkelijkheid te maken. Dat wil zeggen een gestaag vorderen naar eenheid door zich bewust te worden van zijn eigen zelf in God en God in het eigen zelf.

 

Er zijn mystici die tot tranen toe ontroerd worden door één woord van de goddelijke waarheid te spreken. De waarheid van het Zijnde is voor hen tot schoonheid geworden. Hun geliefde is God geworden. Voor hen is alles een ware openbaring van de schoonheid van God. Als zij muziek gaan beluisteren voelen zij God in die muziek, horen zij God in die muziek. Als zij voor een schilderij staan, zien zij hun Geliefde in de schoonheid van dat schilderij. De hele openbaring is voor hen geworden tot één immanentie van de schoonheid van God.

 

Voor Meister Eckhart (1260-1328) is de unio mystica, de goddelijke eenwording, de onbetwiste hoeksteen van het leven. De Godsgeboorte in de grond van de ziel is voor hem niet iets wat slechts een enkele uitverkorene ten deel valt, maar een permanent gebeuren dat hier en nu, onophoudelijk en in ieder mens plaatsheeft. Hoewel er geen weg, geen manier of mogelijkheid is om de goddelijke werkelijkheid bewust te ervaren, kunnen we deze toch in onszelf tot uitdrukking laten komen. Niet door iets te doen, maar juist door iets te laten, dat wil zeggen door volkomen leeg en ontvankelijk te worden. Ontvankelijk zijn betekent dat je open staat voor het onvoorziene, het nieuwe, dat wat groter is dan jijzelf bent en daarom ook niet met het eigen begripsvermogen ‘overzien’ kan worden.

 

Hazrat Inayat Khan zegt hierover dat geraakt worden in je ziel een proces van genade is, waarin de mens wordt, wat God van nature is.

 

Ook bij de Spaanse mysticus Johannes van het Kruis (1542-1591) kun je God eigenlijk niet menselijk ervaren, maar alleen als ‘de Verborgene’. Hij zegt hierover het volgende in zijn belangrijkste gedicht het Geestelijk Hooglied:

 

“Wie iets moet zoeken dat verborgen is, moet in het verborgene doordringen tot de verborgen plaats waar het zich bevindt. Als hij het dan vindt, is hij even verborgen als dat ding”.

“Gij handelt dus zeer goed, o ziel, als gij Hem altijd zoekt waar Hij verborgen is. Als gij immers God beschouwt als verhevener en dieper dan alles waartoe gij kunt geraken, dan brengt gij daardoor veel lof aan God en zult gij zeer dicht bij Hem komen. Blijf daarom niet stilstaan of talmen bij datgene wat uw vermogens kunnen begrijpen... Zoek uw voldoening in wat gij van Hem niet kunt begrijpen. God is immers ontoegankelijk en verborgen. Al hebt gij nog zozeer de indruk Hem te vinden, Hem te voelen en Hem te begrijpen, toch moet gij Hem steeds blijven beschouwen als verborgen. Wees niet gelijk die talrijke onverstandige mensen, die een geringe dunk van God hebben, die menen dat God verder weg is of meer verborgen als zij Hem niet begrijpen, proeven of gewaarworden. Eerder is het tegendeel waar” .

 

In het gedicht Donkere Nacht beschrijft Johannes van het Kruis hoe in de ziel de ontmoeting plaats vindt tussen God en de mens. In het centrum daarvan bevindt zich ‘substantie’ en daar is God onmiddellijk aanwezig als ‘Bron van alle zijn’. Ziel en God worden eenheid. Hij noemt dit het ademen van God in de ziel.

 

Bij Thomas Merton (1915-1968) is contemplatie de hoogste uitdrukkingsvorm van het intellectuele en spirituele leven van de mens. Het is de heldere bewustwording van het feit dat ons leven en ons zijn voortkomt uit een onzichtbare, transcendente en oneindig overvloeiende bron. Het is niet iets wat we zelf kunnen verwerven door intellectuele inspanning. Het is de gave van God die in zijn barmhartigheid, het verborgen en mysterieuze werk van de schepping in ons voltooit door onze geest en ons hart te verlichten. Contemplatie is ook een antwoord op een roep, een roep van Hem die geen stem heeft, maar die spreekt in alles wat bestaat en die vooral spreekt in de diepten van ons eigen wezen: want we zijn zelf woorden van Hem. Het is een diep resoneren in de binnenste kern van onze geest, waarin ons eigen leven zijn aparte stem verliest en meeklinkt met de grootsheid en de genade van de verborgen en levende Ene. Contemplatie is dus gewaar zijn én verwerkelijking en tot op zekere hoogte ervaring van wat iedere christen en andere ontwaakte zielen heimelijk gelooft: “Ik zelf leef niet meer, het is Christus die leeft in mij”. Zie ook zijn boek ‘Zaden van Contemplatie’.

 

Wat mystici ons dus vertellen is dat wanneer de liefde van God je helemaal in beslag neemt, dan ervaar je dat je één gemaakt wordt met God. Echter eenheid met God kan alleen geschieden als ik mijn ego zuiver van alle onechtheden. Het lijkt of je dan veel verliest, maar je krijgt er zoveel voor terug. De mystici ervaren die eenheid dan ook niet als eigen verdienste, maar als een geschenk van God. Het is God die ons roept en als wij hem benaderen, maakt Hij ons één met zich.

 

De kunstenaar Caravaggio heeft in zijn schilderij “Madonna van Lorento” het bijna aanraken van God prachtig uitgebeeld in de twee pelgrims die met vermoeide en vuile voeten neerknielen voor het Christuskind.

 

God zoekt de mens

Voor de Joodse filosoof/rabbijn Abraham Joshua Heschel is ons zoeken naar God een terugkeer tot God. Ons denken aan Hem is een herleving, een poging om tevoorschijn te komen uit de diepte van onze verdrongen genegenheid. Het Hebreeuwse woord voor berouw, teshuvah, betekent terugkeer, maar ook antwoord. Terugkeer naar God is een antwoord aan Hem.

 

In zijn boek ‘God zoekt de mens, een filosofie van het Jodendom’ zegt hij dat het in het vermogen van de mens ligt om God te zoeken, echter het ligt buiten zijn bereik om Hem te vinden. Alles wat de aartsvader Abraham had was verwondering en alles wat hij op eigen kracht kon bereiken was bereidheid om waar te nemen. Het antwoord werd hem onthuld, het werd niet door hem gevonden. Maar het initiatief ligt bij de mens. Het grote inzicht wordt niet gegeven, behalve als wij klaar zijn om te ontvangen. God voltooit, maar wij beginnen. Wie dan ook op weg gaat om zichzelf te zuiveren, wordt uit den Hoge bijgestaan.

 

De gebeurtenissen die in de Bijbel zijn opgetekend zijn episodes van één groot drama: de zoektocht van God naar de mens, zijn zoeken van de mens en de vlucht van de mens voor hem. Openbaring en profetische gebeurtenissen geven te kennen dat God geen wezen is dat los van de mens is en dat gezocht moet worden, maar een kracht die de mens zoekt, achtervolgt en uitnodigt. De weg tot God is een weg van God.

 

Volgens Heschel is mystieke ervaring het keren van de mens naar God. Het profetisch handelen is Gods wending naar de mens. Dankzij de mystieke ervaring kunnen we een menselijk inzicht bereiken in het leven van God. Dankzij de profetische daad komen we achter een inzicht van God in het leven van de mens. De mystieke ervaring is een vervoering van de mens, openbaring een vervoering van God waarin God slaagt de mens te bereiken.

 

In één van zijn Chassidische vertellingen De weg van de Mens drukt de Joodse wijsgeer Martin Buber het zoeken van God naar de mens kernachtig uit: ”Rabbi Mendel van Kozk verraste eens enkele geleerde mannen die bij hem te gast waren met de vraag: Waar woont God? Zij lachten om hem. Wat praat ge! De we- reld is toch vervuld van Zijn Heerlijkheid. Hij echter beantwoordde zijn eigen vraag: God woont daar, waar men Hem toelaat”.

 

God roept de mens

Niet alleen zoekt God de mens, maar Hij roept hem ook. Heel sterk komt dit naar voren in de beproeving van Abraham, Gen.1: "Hierna gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde. Hij zei tot hem 'Abraham!', en die zei 'Hineni' (hier ben ik)."

 

'Hineni' wil zeggen: ik sta ter Uwer beschikking met geheel mijn hart. Het is een antwoord van een kind van God aan zijn Vader. Zo’n antwoord kan alleen plaatsvinden als het hart open staat voor een onvoorwaardelijk vertrouwen in Gods aanwezigheid of bewustzijn.

 

Dit zelfde vertrouwen zien we ook bij Valentius (ca.100-160) de gnosticus. In zijn Evangelie der Waarheid zegt hij ondermeer: “Daarom is iemand die Gnosis heeft iemand met iets van boven in zich. Als hij geroepen wordt, hoort hij, antwoordt hij. Hij keert zich tot Hem die hem roept en hij stijgt naar hem omhoog. Hij weet wat het betekent dat hij geroepen wordt. Nu hij de gnosis heeft, volbrengt hij de Wil van Hem, die hem geroepen heeft, hij begeert hem te behagen”.

 

Ook in de Koran doet zich het roepen van Allah zich voor. Een van de 99 Schone namen van Allah en zijn profeet is Az-Zahir - De Openlijke: “Hij is het die schenkt uit de hoogte duidelijke boodschappen aan deze Zijn dienaar, om u te leiden uit de diepe duisternis in het licht: Want ziet, God is het meest barmhartige naar u toe, een dispenser van genade”.

 

Az-Zahir toont zich zo openlijk, dat ieder die begrip en wijsheid bezit, geen enkele twijfel kan hebben ten aanzien van Zijn bestaan. Hij is Degene van Wie de tekenen en symbolen zo duidelijk zijn, dat het onmogelijk is om Hem niet dankbaar te zijn.

 

Samenvatting

 

Alle ontwaakte zielen in de wereld – mystici, profeten, soefiheiligen, etc. - werden heilig door de ziel te bevrijden, want de vrijheid van de ziel was het enige doel in het leven. Dit laatste wil zeggen dat de dualiteit ‘ik ’ en ‘God ‘ voor hen is opgelost. In dit stadium van zelfloosheid horen zij met Gods oren, zien zij met Gods ogen, werken zij met Gods handen en lopen zij met Gods voeten. Hun gedachten zijn Gods gedachten en gevoelens.

 

Het streven van mystici naar het Godbewustzijn als ons ware zelf vormt een stimulans voor iedereen die zich op het pad van het verheffen van ons bewustzijn begeeft. De eerste stap hiertoe is God toelaten in ons hart en wel door het zuiveren van ons ego van onechtheden. Pas dan kan het roepen van God beantwoord worden.

 

In het Soefi gebed Khatoem kunnen wij bij de zuivering van ons valse ego de Helpende Hand aanroepen:

 

”O Gij, die de volmaaktheid zijt van Liefde, Harmonie en Schoonheid,

Heer van hemel en aarde, 

open ons hart, opdat wij Uw stem mogen horen 

die voortdurend van binnenuit komt.

Ontsluit ons Uw Goddelijk Licht dat in onze ziel is verborgen,

opdat wij het leven beter mogen kennen en begrijpen”

 

 

Ik sluit bovenstaande verdieping af met een mooie uitspraak uit de Gayan:

 

“Niet door zelfverwerkelijking realiseert de mens God, maar door het verwerkelijken van God verwerkelijkt de mens zijn zelf”.

 

Theo Kauffman