Soefisme
Activieiten
Centra
Publicaties
Hazrat Inayat Khan
Gebeden
Links
Informatie van de Soefi Beweging Nederland

SOEFISME NU

Mystieke aspecten van het Soefisme

 

Shaikh-ul-Mashaikh Mahmood Khan

 

Nieuwe Soefi reeks nr. 2
Den Haag, augustus 1992

Inhoudsopgave

Deze toespraak van Shaikh-ul-Mashaikh Mahmood Khan is voorgedragen op 19 augustus 1991 tijdens de Internationale Zomerschool te Katwijk aan Zee

Wanneer u het deel "Mystiek" neemt uit "Filosofie, Psychologie en Mystiek" (Volume XI), naast het gelijknamige deel uit Volume X van de Sufi Message of Hazrat Inayat Khan en deze Volumes samenneemt niet het deel "Mental Punfication" uit Volume IV, dan heeft u daar een serie beschouwingen en leringen over mystiek, die op zichzelf al Hazrat Inayat Khan bestempelen tot één van de allergrootste mystici en mystieke filosofen van alle tijden. Wat hij daarin zegt is van een zo groot gehalte, dat er alleen al daarom een blijvende kracht is in de wereld van de geest, die een permanente bijdrage levert aan de oriëntatie van mensen op deze subtiele onderwerpen

Één basisvisie, diverse uitwerkingen

Mystiek is de bron en de inhoud van al het werk van Hazrat Inayat Khan. Het is deze mystieke dimensie, die de uiteindelijke rechtvaardiging is van alles wat hij in andere richtingen leert. Het is ook deze mystieke visie, die bepalend is voor welk onderwerp hij ook behandelt. Wanneer hij m.a.w. op een bepaald gebied zijn leringen geeft is het altijd vanuit die additionele dimensie van de mystieke visie erop. U vindt daar een goede illustratie van in zijn lering over de godsdienst, neergelegd in het boek "De Eenheid van Religieuze Idealen" (Volume IX). Daarin zien we dat Hazrat Inayat Khan al deze godsdiensten beschouwt als mysticus en uit al die godsdiensten juist die kern probeert te halen en te belichten, die het leven gevende element van de spiritualiteit, van de mystieke visie in die godsdiensten vormt. Hazrat Inayat Khan heeft niet de bedoeling om de godsdiensten te vertellen wat ze eigenlijk zijn of betekenen. Iedere godsdienst heeft door de eeuwen heen een eigen complex van leringen en maatstaven en een eigen identiteit ontwikkeld. Waar het om gaat is dat de mysticus probeert het element van levende spiritualiteit in iedere godsdienst opnieuw te ontdekken. De uiteindelijke spirituele ervaring is dezelfde in welke vorm deze ook wordt uitgedrukt. Zo gaat het niet alle aspecten van Hazrat Inayat Khan's lering. Wanneer hij spreekt over "Broederschap", dan bedoelt hij niet iets dat moeizaam van buitenaf moet worden opgebouwd. Hij bedoelt dan juist iets dat van binnenuit, vanuit de innerlijke verbondenheid van alle mensen niet het wezen Gods wordt bereikt. Proberen we dat alleen van buitenaf te benaderen, dan blijft het zoeken naar broederschap een cureren van symptomen. Ook hier hebben we uit te gaan van het innerlijk besef.
Zo is het ook met Hazrat Inayat Khan's filosofie, niet zijn psychologie en met alle denkbare aspecten van zijn leer. Het zijn altijd belichtingen vanuit deze mystieke visie om te zien wat er daardoor oplicht in een bepaald stelsel van menselijk denken wanneer daar het mystieke licht op geworpen wordt.
Ik zou door kunnen gaan niet meerdere voorbeelden daarvan te geven, maar ik beperk me hiertoe. Van belang is om steeds vast te houden, dat deze mystieke visie - de toevoeging van een mystieke dimensie aan alles wat hij behandelt - het systeem is dat Hazrat Inayat Khan hanteert en dat die mystieke visie ook de uiteindelijke bron is van waaruit alle andere inzichten voortkomen. Ik leg daar zo de nadruk op, omdat dat weleens een discussiepunt is geweest onder Soefi's. Een van mijn grote, zeer bewonderde en geliefde vrienden in het Soefisme was de oude filosoof Louis Hoyack, die zich bij tijd en wijle placht op te werpen tot de theoloog van het Soefisme en die zeker de filosoof van het Soefisme van zijn tijd was (ik spreek nu over de tijd vóór de Tweede Wereld Oorlog en net even daarna). Hij had de neiging om juist die mystiek een beetje als "het achterkamertje" van het Soefisme te beschouwen en alle andere vormen zoals de godsdienstleer, de filosofie, de psychologie, de esthetica van Murshid Hazrat Inayat Khan als zelfstandige filosofische of theologische begrippen te hanteren, die ook bij wijze van spreken los van de mystiek zouden kunnen worden gezien. Dan kom je tot conclusies die tegenwoordig - zo lijkt mij in het licht van wat we nu van Hazrat Inayat Khan's werk weten - niet meer goed houdbaar zijn. Dan krijg je ook beoordelingen door mensen van buiten het Soefisme, die er dikwijls ver naast liggen, zoals in naslagwerken het geval kan zijn. Een bepaalde lering zoals bv. het Soefisme wordt dan bekend, krijgt aanzien, krijgt een zekere identiteit naar buiten toe; dan verschijnt het in de handboeken en als het één keer in de handboeken verschijnt, houd dan maar je hart vast. Dan heb je allerlei enthousiaste redacteuren, die zeggen: "Daar hebben we een beroemde persoon Hazrat Inayat Khan, daar hebben we een wel bekende leer nl. het Soefisme .......nou, laten we dat even in ons handboek opschrijven". Dan nemen ze echter nooit de tijd om daar zorgvuldig mee bezig te zijn en dan kom je tot alle mogelijke wonderlijke conclusies, zodat de mensen bijvoorbeeld gaan zeggen: "Ja, dat Soefisme is eigenlijk geen authentiek Soefisme, want, nietwaar? Het heeft het over de eenheid van godsdiensten als theologisch gegeven zonder erbij te betrekken, dat het juist om deze mystieke visie gaat waar eigenlijk alles van afhangt." Een prachtig voorbeeld is ook het laatste hoofdstuk van "The Mysticism of Sound" (de Mystiek van het Geluid), waarin Hazrat Inayat Khan een aantal termen uit een aantal verschillende talen neemt en die a.h.w. met elkaar vergelijkt. Hij spreekt daar dan als de musicus die hij was over de klankwaarde, hij spreekt als de psycholoog die hij was over de taalpsychologische werking, hij spreekt vooral als mysticus over datgene wat hij beschouwt als "the abstract sound". Dat hoofdstuk heet nota bene "Abstract Sound" (de abstracte klank). Op grond van die abstracte klank behandelt hij dus een aantal termen ontleend aan de heilige tradities van verschillende culturen, van verschillende godsdiensten en brengt die met elkaar in overeenstemming vanuit - opnieuw - die idee van innerlijke verbondenheid ervan. Als je daar niet op berekend bent, zeg je: "Ja, maar hoe kan je deze term uit deze taal niet die term uit die taal gaan vergelijken?" Als je dus van de filologische of de taalkundige kant komt, zie je dat helemaal niet en verkijk je je dus totaal op wat Inayat Khan niet dit hoofdstuk probeert weer te geven. Precies het zelfde geldt voor zijn voordrachten over kunst. Als je denkt: "Ja, die kunstbeschouwingen van iemand, die - van buiten Europa - over kunst spreekt?!". Ook daar gaat het echter niet om het intrinsieke van een bepaald kunstverschijnsel of een bepaalde terminologie, het gaat altijd om die integrerende werking vanuit die mystieke dimensie. Dus de authenticiteit van Inayat Khan's werk, over welk onderwerp hij het ook heeft, vindt uiteindelijk zijn inspiratiebron in die mystieke visie.

Mystiek als levende spiritualiteit

Wat bedoelt Inayat Khan met mystiek? Inayat Khan zelf heeft maar geleidelijk aan die term aangenomen en in bepaalde werken duidelijk ook niet een zekere tegenzin, totdat hij die term werkelijk opgenomen had. Wat hij zocht was een levende spiritualiteit, die Mystiek is geen heilsverwachting, geen filosofie, het is de ervaring van het geheel andere, van het heel eigenehet toenemend besef van die dimensie van het ongeziene die ieder mens vervult, die ieder mens verbindt niet de goddelijke realiteit. Hij wilde daarom het liefste elk etiket vermijden, ook het etiket mystiek. In bepaalde werken zegt hij ook: "Tenslotte is ook - net als godsdienst, net als filosofie - mystiek uiteindelijk een naam, een benaming die je geeft." Zelfs "Soefisme" is een naam, die je erop plakt om het een kenmerk te geven, een identiteit. Het gaat nooit om de benamingen, het gaat altijd om wat je beleeft, wat je ervaart, wat je als innerlijke waarheid kent. Het gaat om het licht, "the light, the illumination" (de verlichting), die je door al die middelen en mogelijkheden kunt bereiken. Zoals er een weg is door de godsdienst, zoals er een weg is door de filosofie, zo is er een weg van de mystiek die zich dan voor alles richt op het ervaren van het innerlijk leven in dit leven. De godsdienst gaat uit van een heilsverwachting in de toekomst, de filosofie tracht een systeem te bouwen van waaruit u a.h.w. een soort "waarheidsschouw" kan ervaren in materiële of in geestelijke zin naar gelang de aard van het filosofisch stelsel. De mystiek probeert te zeggen: "Ja, wij trachten het ongeziene te doorschouwen, wij trachten de wereld van het wezen Gods als werkelijkheid te kunnen erkennen en dat kan maar op één manier: door het zelf te beleven. Dat wil zeggen de macrokosmos van het wezen Gods en het Goddelijk gebeuren - zoals de mysticus dat aanneemt - te ervaren in de microkosmos van het menselijk wezen, zolang hij nog op deze aarde leeft. Dat is alleen mogelijk als de mens ook bereid is zich in te zetten om die mystieke dimensie in zichzelf, door zijn eigen wezen heen te ontdekken en te beleven. Dat probeert iedere vorm van mystiek, van esoteriek de mensen mogelijk te maken. Dat is op vele manieren telkens weer gedaan en ook telkens weer op wijzen gebeurd, die volstrekt herkenbaar zijn. Op het godsdienstig niveau, in de filosofie kennen we duidelijk onderscheiden stelsels, die dikwijls nauwelijks met elkaar te verenigen zijn. In de historische godsdiensten kon er niet méér verschil zijn in de leerstellingen en doctrines van de verschillende systemen - denkt u maar aan het verschil tussen Hindoeïsme en Boeddhisme, het verschil tussen Christendom en Islam en de westerse godsdiensten in het algemeen en dan de oosterse - daar zijn alle mog Aanvaarding van de westerse cultuur samen met het ontwikkeling van een vrije en diepe spiritualiteitlijke verschillen en onderscheiden, wat niet betekent dat die systemen ook niet in grote harmonie met elkaar kunnen leven. Op het gebied van de verinnerlijking zijn de overeenkomsten, is de soortgelijkheid van beleving van de mens uit welke hoek hij ook komt steeds weer even treffend, steeds weer even opmerkelijk. Wanneer Inayat Khan naar het westen komt, is hij al vast overtuigd - als jong, maar zeer geavanceerd mysticus - van die eenheid van de verschillende mystieke leringen en hij drukt dat uit in een gesprek met een beroemde Hindoe-goeroe als de eenheid tussen Advaita en Wahdat al Wujud. Advaita is een term, die velen van u zullen kennen, dat is nl. in de Hindoe Vedanta de non-dualiteit, de niet-tweeheid, de eenheid van het Brahman en het Atman en met de Wahdat al Wujud van het traditionele Soefisme de eenheid van het bestaan. Dus vanuit die eenheid van de mystieke beleving in die verschillende systemen is hij uitgegaan om te trachten een moderne spiritualiteit voor de wereld van vandaag te ontwikkelen. Alle mystieke systemen zijn natuurlijk nauw verbonden met een bepaalde cultuurtraditie, een religieuze traditie en vele daarvan - ofschoon alle van grote waarde - bevatten allemaal elementen die voor de moderne mens van tegenwoordig óf minder aanspreken óf minder begrijpelijk zijn óf op een bepaalde wijze juist vervreemdend werken. Inayat Khan stond als jonge man overwegend positief tegenover die nieuwe westerse cultuur, die daar plotseling aan de Indiase gezichtseinder verscheen, die duidelijk de overheersende beschavingsvorm van de wereld van de toekomst zou worden. Hij was bereid in grote trekken die te aanvaarden. Hij wist ook dat die alleen aanvaardbaar zou zijn voor hem en voor mensen zoals hij (dus eigenlijk voor de hele Indiase wereld) en evengoed voor heel veel mensen in het westen als daaraan toch ook een eigen spirituele dimensie zou kunnen worden gegeven. Die spirituele dimensie voelt hij dan in de mystiek. Zijn zoeken was zo'n dimensie van mystiek, van vrije en diepe spiritualiteit te ontwikkelen, welke in deze wereld van de moderne mens zijn eigen werking zou kunnen hebben en zijn eigen bijdrage aan de wereld - de hedendaagse wereld, zowel als de wereld van morgen zou leveren. Daarvan is hij uitgegaan en daarin is hij - volgens het standpunt van zijn volgelingen - enerzijds op briljante wijze geslaagd, op een wijze, die nog lang niet zo verbreid en bekend is als men zou kunnen denken, anderzijds ook weer een grote uitwerking heeft getoond daar waar hij ook maar even deze moderne wereld heeft aangeraakt.

Het ongeziene

De mystiek in het algemeen is het ontdekken van de dimensie van het ongeziene, die perceptie van God, van de wereld Gods, van alles wat we wel ergens bevroeden in het diepst van ons wezen, maar wat we niet duidelijk kunnen maken in termen van menselijk denken. Daarop richt zich de mystiek en dat is dus wat Inayat Khan leert. Nu wordt over het algemeen in de mystiek gezegd: "Je moet je wereldlijk leven ontstijgen om tot die beleving te kunnen komen". Die ontstijging heeft in de eerste plaats in veel mystieke systemen met zich meegebracht een afscheid nemen van de wereld. U weet, in het Christendom en in het Boeddhisme is de mystiek of de spiritualiteit, welke dus met de mystiek te vereenzelvigen is, een kwestie van kloosters, van het je terugtrekken uit de wereld en je overgeven aan deze verinnerlijking in de afzondering van de kloostercel of van de woestijn. Bij de Hindoes is er natuurlijk het ideaal van de wereldverzaking, van je te bevrijden van het Dharma van deze wereld en te kunnen opgaan in het leven dat je uit de wereld brengt. Die terugtrekking uit de wereld, het opgeven van de wereld is een van de grote idealen van het Hindoeïsme. Het Soefisme heeft altijd centraal in de wereld gestaan en ik denk, dat dit een van de unieke elementen is van het Soefisme en daarom ook een van de dingen, waarom het Soefisme voor de mens van tegenwoordig een heel speciale wijze van aanspreken heeft, een hele speciale aantrekkelijkheid heeft. Het Soefisme zegt niet: "Het is mooi om je uit deze wereld terug te trekken" om aldus een scheiding teweeg te brengen tussen het menselijk leven en de spiritualiteit. De mens is bestemd om als mens in deze wereld te leven, in de samenleving, in de verhoudingen van zijn menselijk bestaan en toch die spirituele dimensie te ontwikkelen en te verdiepen en dat in het leven om zich heen uit te dragen. Dat lijkt ten dele makkelijker, heel dikwijls is dat moeilijker, maar het is een uitdaging, die de mens ook voortdurend nodig heeft. Het is in de wisselwerking tussen de innerlijke ontwikkeling van de mens en de wereld buiten hem dat de waarde van het bestaan, de zin van het optreden in deze schepping het beste tot zijn recht komt. De mens heeft een uiterlijk en een innerlijk wezen. Beide hebben recht van bestaan, beide dienen op eigen wijze te worden gecultiveerd. Een element dat in het Soefisme van Hazrat Inayat Khan en ook in het klassieke Soefisme voorkomt, is het Nafs: het ego van de mens, dat dus te boven gekomen zal moeten worden. Het ego van de mens, dat vernietigd heeft te worden en van waaruit een nieuw menselijk besef heeft op te bloeien. Maar hoe moet je daar dan mee omgaan?. Welnu, het gaat om het te boven komen van de empirische kennis van jezelf. Je eigen uiterlijke persoon te verruimen en te verdiepen met de verinnerlijking, die het Soefisme en de mystiek leren. Er is bovendien in de lering van Hazrat Inayat Khan een buitengewoon belangrijk ander element; het wordt wel eens tegengesproken van de kant van de psychologen. Die zeggen dan van het Soefisme: "Ja, maar je spreekt dan over "the crushing of the ego" (het vernietigen van het uiterlijk zelf), maar is het niet juist nodig voor de mens om zijn eigen zelf te bevestigen?".
Natuurlijk is het nodig om jezelf te bevestigen, maar waar het om gaat is dat Zelf van de mens zo te cultiveren, dat het een steeds groter verfijningsproces en een steeds groter expansievermogen gaat tonen; dat is waar het om gaat en zo is het ook dat in Hazrat Inayat Khan niet alleen een mystiek van de abstracte dimensie van het ongeziene leeft, maar ook een levensleer van de vorming van de mens, van hoe juist de mens, op weg op zijn geestelijke reis, zich als persoon heeft te ontwikkelen. U kent het boek misschien: "Karakter en persoonlijkheid". Er is veel meer, dan dat wat Hazrat over de vorming van de mens gezegd heeft, maar in deze titel van dat boek wordt dat zo treffend samengevat. De eerste opdracht voor de mens is zijn persoon te vormen, zo goed en zo sterk als hij kan. Waar het om gaat is, als deze menselijke persoon afgebeeld kan worden als een gebouw, als een huis, dan moet je er wel op letten dat het huis ramen heeft, waardoor het licht naar binnen komt. Dat die ramen open kunnen, waardoor de lucht naar binnen kan komen. Dus waar het altijd om gaat is die menselijke persoonlijkheid zo te vormen, dat daarin ook die transparantie - die de mens naast de stevigheid nodig heeft - tot zijn recht komt. In het voortgaan op die manier ligt ook de vervulling van het menselijk zijn. Hazrat Inayat Khan legt er de nadruk op, dat in de hogere stadia van de mystiek zo dikwijls gesproken wordt van het verlies van het Zelf, het te boven gaan van het Zelf. Maar, zegt hij, het gaat helemaal niet om het verliezen van het Zelf, zelfs niet het uiterlijk zelf. Het gaat om het willen, om het erkennen, om het in positieve zin beleven van het eigenlijke Zelf; dus de diepgang, de derde dimensie van het eigen wezen, van het eigen innerlijk. En zegt hij dan - in een passage, die ik u eerst in het Engels zal voorlezen - "It is not really a loss of outer personality, it is an expansion of the outer personality to the width and height of the inner personality". Uiteindelijk gaat het in de mystiek niet om dat verliezen, het afleggen van de uiterlijke persoonlijkheid, het is een expansie, dus een uitbreiding van de uiterlijke persoonlijkheid tot de ruimte en hoogte van de innerlijke persoonlijkheid. Dan is het , zegt hij, dat de mens Godsbewust wordt, een Godsmens wordt. Dat is een kwestie van de uiteindelijke vervulling, waarnaar alle mystiek streeft.

Het innerlijke Pad

Het spreekt vanzelf, dat er een lange weg is af te leggen, maar een bijzonder aansprekende weg, een inspirerende weg voor de mens die deze innerlijke reis aanvangt. Daar is ontzaglijk veel over te zeggen, ik zal proberen me te beperken tot enkele punten die Inayat Khan aangeeft in het boek waar ik het zojuist over had: "Mysticism". Wat zegt nu Inayat Khan over de verhouding tot God in de mystiek? Daaraan voorafgaand nog even een opmerking. In alle Oosterse, in alle buiten-westerse tradities vinden we een eenheid van geestelijke beschouwing, die nog niet zo categorisch van elkaar is afgesneden als in het westen. In het westen hebben we sinds de Middeleeuwen enerzijds de godsdienst met zijn theologie, zijn eigen structuur en begrippenmateriaal, anderzijds de filosofie die steeds meer een eigen weg is gegaan en op den duur een academische, hoogst technische discipline is geworden, bijna doel op zichzelf. En daarnaast heb je dan de mystiek, die in het westen meestal een wat kommervol bestaan geleid heeft en niet echt als onafhankelijk spiritueel verschijnsel een rol gespeeld heeft. Zoals ik al zei, verscheen die in kloosters en andere afgescheiden gemeenschappen. In het Oosten is het heel anders. Daar wordt de hele ongeziene wereld benaderd vanuit heel verschillende invalshoeken, maar wordt die hele spirituele werkelijkheid toch steeds als een geheel gezien, waaruit de godsdienst zich via een openbaring en een godsdienstleer kristalliseert en waaruit anderzijds diverse filosofische systemen zijn ontwikkeld. Dit gebeurde heel dikwijls in verbinding met elkaar, bijv. in het klassieke Soefisme zit er een behoorlijke brok neoplatonisme aan de Grieken ontleend. Zo is er altijd grote wisselwerking op deze gebieden. Niettemin worden al deze vormen, godsdienst, filosofie, mystiek enz., toch gezien als deel van een totaal complex, niet in strikt afgescheiden compartimenten zoals in het westen. Dat is een kenmerk, die u in iedere buiteneuropese geestelijke beschaving weer terugvindt - Islam, India, maar ook het Verre Oosten - en dat is een wezenlijk verschil. Het is zo dat precies dezelfde namen en termen en begrippen in al die verschillende systemen gebruikt worden, maar dan telkens op een totaal andere manier. Dus hetzelfde begrippenmateriaal en dezelfde terminologie vind je in de godsdienst, de filosofie, de mystiek, iedere keer dezelfde begrippen anders aangewend. Een uitstekend voorbeeld daarvan is de leer van de attributen Gods. De gedachtegang is deze: dat het wezen Gods, de goddelijke essentie is iets wat de geest van de mens niet kan vatten. De ziel van de mens kan die goddelijke essentie beleven en de uiteindelijke vervulling van de mystiek is erop gericht de menselijke ziel iets van dat wezen Gods, van die essentie Gods te doen beleven. Onze geest kan in tegenstelling tot onze ziel die essentie Gods niet bevatten en wat de geest echter wel bevatten kan en wat hij niet alleen kan bevatten, maar waar hij zich mee kan vervullen zijn de kenmerken Gods, de attributen Gods. Zo krijgen we dan de beroemde thematiek van het wezen Gods en de namen Gods of de attributen Gods. Nu heeft die leer van het wezen Gods en kenmerken Gods een heel speciale uitwerking gekregen op godsdienstig terrein. Het heeft een heel andere behandeling gekregen op het gebied van de filosofie en heeft dan weer een uiterst functionele en waardevolle plaats op het gebied van de mystiek. Telkens dus dezelfde namen en begrippen, telkens weer op andere wijze opgevat. Zoals ook het Spiritualiteit is natuurlijke groeibegrip God voor de mysticus een ander begrip is dan in de filosofie of in de godsdienst. Dus schrikt u er niet van wanneer bepaalde termen op bepaalde wijzen worden gebruikt, die vreemd is omdat u vanuit een andere cultuur gewend bent daar een specifieke interpretatie aan te geven en anders er niet meer uitkomt. In de oosterse systemen geldt dat eenvoudig niet, moet men altijd die mentale overgang van de ene stroom tot de andere als vanzelfsprekend kunnen maken. Hazrat Inayat Khan geeft in "Mysticism" (vol. XI van de verzamelde reeks) een beschouwing over "The Path to God" (de weg tot God). Hij zegt daarin "Iedere ontwikkeling is een geleidelijke ontwikkeling. Als je niet bereid bent om groei te aanvaarden, om rijping te aanvaarden, om gestage, maar geleidelijke voortgang te aanvaarden, dan ga je tegen de natuur in. Alles wat natuurlijk is vereist geleidelijkheid, vereist een voortgang, die van het een naar het ander voortgaat. Bijvoorbeeld, wanneer Hazrat Inayat Khan spreekt over openbaring, die hoogste Godsmanifestatie, die zich aan de profeten, aan de hoogste verlichte zielen voordoet, dan zegt hij: "Hoe relateer je dat aan de gewone menselijke ervaring? Het is niet een of ander wonder dat zich daar voltrekt, zoals dat in de mythologie van de godsdienst zich voordoet. Hazrat Inayat Khan legt dat uit door te beginnen met heel eenvoudige dingen. Kijk naar het instinct bij de dieren, kijk naar de intuïtie bij de mens, die naast zijn verstandelijke vermogen iets van die intuïtie heeft en die intuïtie kan ontwikkelen als hij dat bereid is te doen met vallen en opstaan. Net als een kind het zelfvertrouwen heeft dat je dingen leert met vallen en opstaan; het zegt niet: "Nou, ja het is mislukt, dus het is niet waar". Een kind dat omvalt als het probeert te lopen gaat niet zeggen: "Nou, zie je wel, ik kan helemaal niet lopen, want ik ben omgevallen en heb me pijn gedaan!". Als wij als mens dat vermogen van het kind hadden, die vigeur hadden van het kind die levenskracht, die natuurlijkheid van eigen ontplooiing om door te gaan, ondanks dat we omvallen, dan bereik je wat je wilt bereiken. Het gaat om die natuurlijkheid van een kind. Inayat Khan heeft het er dan ook over, dat "the mystic shows the innocence of a child", een mysticus toont de argeloosheid van een kind, omdat daardoor juist die vermogens tot ontwikkeling komen, vanuit die menselijke vermogens en beperkingen tot de volkomenheid. Dus altijd ontwikkeling in kleine stapjes, in geleidelijke fasen

Een eigen Godsbeeld

In zijn "Path to God" zegt Inayat Khan dan ook "Begin niet u God voor te stellen volgens die behoefte, die diep in jezelf leeft". Je ervaart een bepaald tekort - je ervaart natuurlijk massa's tekorten in de wereld, maar over het algemeen kristalliseer je je tekorten in een bepaald gevoel van tekort, dat je ook nergens op de wereld terugvindt. Je zoekt iets, dat je speciaal in deze wereld zult kunnen vinden en uitgerekend dat vind je dan niet. Dus je zoekt vriendschap en vriendschap stelt je teleur. Je zoekt een zeker vertrouwen bij de mensen en dat vertrouwen blijkt telkens weer tekort te schieten, want alle mensen zijn net zo begrensd als je zelf bent. Je zoekt een soort rechtvaardigheid in deze wereld en iedere keer zie je weer hoe verschrikkelijk onrechtvaardig, onbillijk deze wereld dan weer blijkt te zijn. Dan ga je zeggen: "Ja, tenslotte, alle andere mensen van wie ik zo veel verwacht, alle omstandigheden van dit leven waarop ik hoop, zijn net zo beperkt als ik zelf. Vanuit die beperking - niet eens uit slechtheid of verkeerdheid, maar vanuit het onvermogen van hun eigen beperking - stellen ze mij telkens weer teleur en ik zal hen op dezelfde manier wel teleurstellen. Waar vind ik iets van volstrekte vriendschap, van volstrekt vertrouwen of van volstrekte rechtvaardigheid?". Als je dan de geestkracht hebt om dat op God te richten en zeggen: Die diepe behoefte, die in deze wereld niet vervuld kan worden, die richt ik op mijn Godsbesef en ik zie God als die vriend, als die rechtvaardige Trooster, als die vertrouwenwekkende Bron, die me vervulling biedt en die altijd bij me zal zijn, ook als mijn vrienden mij verlaten, ook als de dood mij overvalt, ook als in dit leven alle mogelijke narigheid en teleurstelling ontstaat - dan hou ik toch vast aan die onzichtbare, maar diep voelbare verbinding met het besef van het wezen Gods, waar ik altijd mee kan verkeren, die mij altijd vergezelt, die er altijd is". Vanuit dat besef van betrokkenheid op dat beeld Gods, dat je zelf gevormd hebt. Dit veronderstelt dus dat vermogen om het beeld Gods in jezelf te vormen, precies zoals Hazrat Inayat Khan zegt zoals de Hindoe een godsbeeld maakt, een idool in de tempel met zijn eigen handen maakt en zich vervolgens daarvoor neerwerpt om het te aanbidden in de erkenning dat daarin zijn hoogste geestelijk ideaal een brandpunt vindt.

God als Geliefde

Als we ons een beeld van God gevormd hebben - en de mystiek is er voor om juist die ontwikkeling in het innerlijk besef te versterken, te dragen en verder te voeren - dan komt er een volgend stadium, waar Hazrat Inayat Khan - zoals alle Soefi's uit de klassieke traditie - met grote voorliefde over spreekt. Dan wordt de verhouding tot God een liefdesverhouding. Dan wordt God de Geliefde. Dat betekent het zo vervuld zijn van die aanwezigheid van het ongeziene, van die verbondenheid met het wezen Gods, dat de mens daarin een soort draagkracht ontleent, die zijn hele leven vervult. Dat het uiterlijk wezen van de mens terugtreedt, dat de mens kan zeggen: "Tenslotte ben ik het niet, maar is het het wezen Gods, is het mijn geliefde God, die de vervulling van mijn leven betekent. Niet dat empirische zelf, maar die gerichtheid op die innerlijke werkelijkheid van God, die mijn Geliefde is, d.w.z. de bron van alles wat ik aan gevoelens en levensgevoel en medemenselijke gevoeligheid in mij aanwezig is. Dat betekent geen zoetelijkheid, het betekent ook de gewilligheid om alle lijden, alle verdriet, alle teleurstelling, die in het leven komt, te verdragen ter wille van die liefde tot God. Hazrat Inayat Khan zegt hierover wat je ook steeds weer in het klassieke Soefisme terugvindt: "Als je werkelijk een ander liefhebt, als je werkelijk een geliefde hebt, die je vervult met al je liefdeskracht en al je betrokkenheid, dan aanvaard je ook de grillen en de kuren van die geliefde, omdat je niet anders kan, omdat dat eenvoudig een gevolg is van die liefdesverhouding dat je dat alles ook accepteert". Zo is het met de mens die deze liefdesbetrokkenheid op God heeft, dat hij ook alle ellende en tekorten in deze wereld leert verdragen als zijnde een gevolg van zijn betrokkenheid op God. Dat is dan het tweede stadium en hij zegt: "Probeer niet te komen tot de liefde, praat niet over liefde Gods, totdat je eerst dat eerste stadium van God de Aanvuller, de Vriend, de Rechtvaardige enz. werkelijk in jezelf tot werkelijkheid hebt gebracht. Doe je dat niet, dan hoef je over die liefde van God niet te praten. Het is wel een stadium dat je hebt na te streven en vol vertrouwen dat dat eerste stadium als vanzelf tot dat volgende stadium zal overgaan. Je categoriseert nu eenmaal voor de duidelijkheid, maar in feite gaat het om een groeiproces, dat zich als het goed is met de grootste natuurlijkheid zou moeten voltrekken.

Het alles doordringende licht Gods

Het derde stadium is dan voor Hazrat Inayat Khan het erkennen van alles in dit leven als drager van iets van de goddelijkheid van het wezen Gods, dus het leren zien, het leren erkennen van iets van het licht Gods, de kracht Gods in alle mensen. In het beluisteren in alles wat je overkomt in dit leven van de stem Gods. Het erkennen van allen, die je in het leven ontmoet, als dragers van iets goddelijks in zich. Zoals Hazrat Inayat Khan dan zegt: "De grootste leraren zijn de grootste leerlingen geweest". In de training van de mystiek in het zgn. stadium van Fana-fi-shaikh wordt de mensen geleerd om zich eerst te richten op de leraar, die hun de geestelijke lering geeft. Vervolgens als een volmaakte, steeds volkomenere leerling, uit alle mensen, uit alle dingen, uit alle omstandigheden van het leven a.h.w. die leiding Gods, die stem Gods te horen op klinken. Het beroemde verhaal, dat Inayat Khan vertelt dat hij als jongeman in Hyderabad rond wandelde en er een derwisj was, die hem aansprak als Murshid (geestelijke gids) en de jonge Inayat Khan - toen een jonge student in de mystiek - dacht: "Nou, die derwisj zal wel heel wat in me zien. Wat fijn is dat, dat hij mij nu al als Murshid aanspreekt!" Vervolgens bleek echter dat die derwisj een of andere hoogst ongeletterde figuur die daar ook rond wandelde en vervolgens een politieman, die daar ergens de wacht stond te houden ook allemaal met Murshid aansprak. Een andere versie van het verhaal is, dat die derwisj naar Murshid toekwam en aan hem - Inayat Khan - vroeg: "Murshid, kan u me die en die straat vertellen?" en Hazrat Inayat Khan kon hem die straat helemaal niet vertellen, maar vond het wel prachtig, dat deze derwisj - nota bene een derwisj - hem, de jonge Inayat Khan, met Murshid aansprak. Die straat wist hij echter niet. Dus die derwisj gaat naar een of andere primitief uitziende figuur, die daar als politieman de wacht stond te houden en zei tegen hem: "Murshid, kan u me die en die straat vertellen?". Nou, die politieman wist het natuurlijk! Daar heb je dus het voorbeeld van het overdragen van die idee van leiding - ook weer een wezenlijk begrip in het Soefisme - aan alles wat je in de wereld meemaakt. Dus het is a.h.w. de echo van wat je uit jezelf laat schijnen, het zoeken naar iets vindt zijn antwoord in de echo, die uit alle dingen op klinkt en weer naar je terugkeert. Dat is dat derde stadium, dat je dus over de hele wereld - wat je ook gebeurt - iets van die werking Gods in alles erkent. Als je een keer dat stadium van die liefde tot God bent doorgegaan, waar je geleerd hebt niet alleen het goede, maar ook het kwade te aanvaarden als komende van die ene geliefde, dan volgt het stadium dat je ook dat wat vanuit de wereld tot je komt toch steeds kunt zien als vanuit God komende, omdat alle mensen tenslotte uit die bron en alle omstandigheden uit die conditionering voortkomen.

De ziel valt samen met het wezen Gods

Dan tenslotte het vierde en laatste stadium - daar kan ook de mysticus bijna niets van zeggen. Nadat de mens eerst God heeft erkend in zijn ideaal, als zijn steun en toeverlaat; dan als de enige geliefde bron van alle liefde en genegenheid op deze wereld; dan God heeft erkend in alle omstandigheden en mensen, die hij ontmoet; en tenslotte leert die aanwezigheid Gods in het diepst van zijn eigen wezen te ervaren als het enige dat werkelijk bestaat. In toenemende mate toe te groeien naar de vereenzelviging met dat diepste wezen van zijn eigen ziel, waarin het wezen van zijn ziel de essentie van zijn ziel samenvalt met het wezen Gods - dat is de vervulling van zijn geestelijke reis. In dat geval - zoals ik u daarnet in de woorden van Hazrat Inayat Khan al vertelde - is er geen sprake van uiterlijke persoonlijkheid, maar een uitbreiding van die persoonlijkheid tot de ruimte en de hoogte van de innerlijke persoonlijkheid. Dan wordt de mens Godsbewust, dan is de mens tot godsmens geworden. En - voegt Inayat Khan daar dan aan toe naar buiten toe is hij in het universum, maar naar binnen toe is het universum in hem. Naar buiten toe is hij een druppel in de oceaan, naar binnen toe is de oceaan aanwezig in die druppel van zijn eigen wezen. Dat gaat terug op het beeld zoals Hazrat Inayat Khan zegt, dat de ziel is als het oog. Het oog is maar zo klein en kan toch een hele horizon bevatten, kan alles waarnemen. Het oog kan alles in zich opnemen wat het maar waarneemt en dat kunnen kolossale afstanden en afmetingen zijn. Zo is het met de ziel. De ziel spiegelt in zich alles wat het maar kan opnemen. Als die ziel op die wijze het bewustzijn Gods in zich heeft opgenomen - bewustzijn Gods door de fenomenen, de verschijnselen van de wereld, maar ook het bewustzijn Gods in zijn zuivere Zijn, in datgene wat we dus als mens het ongeziene noemen - als de ziel dat alles in zich heeft opgenomen, dan is er de toestand - zoals Inayat Khan hier beschrijft "uiterlijk is hij in het universtum, innerlijk is het universum in hem"; de beroemde thematiek van de Indiase mystiek.

Vragen en antwoorden

Wat is het verschil tussen de begrippen: mystiek, spiritualiteit en theologie?
Theologie is de filosofie van de godsdienst, dat is dus een vorm waarin min of meer filosofisch, min of meer rationeel de geloofswaarden van een godsdienst a.h.w. verwerkt worden. Dus uiteindelijk blijft de theologie altijd afhankelijk van de deducties uit een godsdienstige leer, uit een geloofssysteem. Maar het presenteert zich als een rationalisatie van het geloofssysteem; de doctrines, de leringen, de geloofsinhouden van een godsdienst. Spiritualiteit is eigenlijk, het hele complex van alles wat al die verschillende categorieën omvat. Dus spiritualiteit is in de eerste plaats de godsdienst, zijn ook alle vormen van esoterie of ideële of metafysische filosofie (beschouwelijkheid) voor zover die niet strikt rationeel is. Je hebt ook een filosofie, die zich strikt houdt aan de analyse van de bestaande wereld en die heeft natuurlijk met spiritualiteit niets te maken. Heel veel van de grote filosofische systemen hebben niettemin een metafysische dimensie of een idealistische trend, die zich wel degelijk aan de spiritualiteit doet relateren. Daarnaast heb je dan de spiritualiteit die niet gebonden is aan een religieus systeem of een filosofisch systeem of zelfs maar een methode van welk type dan ook. Spiritualiteit is uiteindelijk datgene wat de mens vervult, uiteindelijk dat gene waar het om gaat, hoewel het in vele vormen kan zijn.
Mystiek is afkomstig van het Griekse 'myein' het zien. Het zien wat je niet ziet, het waarnemen van het ongeziene en je zou heel kort kunnen zeggen, dat, terwijl de godsdienst zich bezighoudt met het formuleren van de wil Gods, dat is Gods wil voor de mens, dat zijn de plichten volgens de godsdienstleer, welke de mens heeft - de mystiek zich niet bezighoudt met het vervullen van de wil Gods, maar het ervaren van het wezen Gods. Dus de godsdienst is de openbaring van God door een profetische gestalte naar de wereld toe, kristalliseert zich in de denkvormen en de gedragingen van de mensen in de wereld; de mystiek is juist de weg van de enkeling uit die massa van de wereld - het pad van de enkeling terug op zoek naar de ervaring Gods. Niet meer de wil van God manifesterend in de wereld, maar op zoek naar het wezen Gods, zich abstraherend van de uiterlijke wereld tot de realiteit van een innerlijke wereld.

Maar de mystiek kan toch ook tegelijkertijd binnen een collectivistisch gebeuren vallen?
Ja, dat is met name in het Soefisme het geval - in de meeste andere systemen zijn die collectiviteiten heel klein. Je hebt de kloostergemeenschappen bij de Christenen en de Boeddhisten, je hebt bij de Hindoes de groepen, die zich dan gaan terugtrekken uit het motief van wereldverzaking. In het Soefisme vanouds en zeker in het Soefisme van Hazrat Inayat Khan wordt er juist de nadruk op gelegd, dat er ook steeds de sociale dimensie is en dat het voor de mens nodig is, niet alleen maar om zich af te scheiden in deze vereenzaming, maar juist dat ook in de collectiviteit uit te dragen. Juist datgene wat hij zelf in zijn innerlijk tot ontwikkeling brengt heeft des te meer waarde als hij dat ook kan doen weerspiegelen in de wereld buiten hem, zowel voor die collectiviteit als voor zichzelf.

Dat zou dan wereldomvattend zijn .............
Wereldomvattend, precies. Dat is het zeker. Zonder pretentie, maar wel met de overtuiging, dat een deel van je betrokkenheid ook in deze wereld ligt. Dus alles in deze wereld te leren zien als weerspiegeling of reflectoren of echo's van datgene, wat uit het innerlijk komt en dat geeft juist de waarde en de vreugde aan het leven van de wereld, ook juist voor de mysticus.

 

 

Naar begin van deze pagina
copyright 2004© Soefi Beweging Nederland

BOEKEN EN CD'S BESTELLEN

Boeken zijn (indien niet anders vermeldt) verkrijgbaar bij de erkende boekhandel of te bestellen bij het Algemeen secretariaat van de Soefi Beweging Nederland.

U kunt desgewenst gebruikmaken van het bestelfomulier. Een boek voegt u aan dit formulier toe door op de link [ bestel ] te klikken. U kunt op deze wijze meerdere boeken aan het formulier toevoegen. Om uw bestelling naar het secretariaat op te sturen volgt u de aanwijzingen op het formulier. [ bestelformulier bekijken ]

De boeken worden in de meeste centra te koop aangeboden.
Ook zijn ze aanwezig in de grotere openbare bibliotheken. Wanneer in uw openbare bibliotheek de titels niet aanwezig zijn kunt u deze laten aanvragen via het Interbibliothecair leenverkeer. De boeken staan in de bibliotheek onder cat.nr. 284

Prijzen kunnen tussentijds worden gewijzigd en dus anders dan hier vermeldt.
Prijzen zijn excl. verzendkosten.


Algemeen secretariaat
Soefi Beweging Nederland
Anna Paulownastraat 78
2518 BJ Den Haag
sufiap@hetnet.nl

Neem contact op, mail ons

Naar vorige pagina

Naar onze homepage