EENHEID VAN RELIGIEUZE IDEALEN
De Universele Eredienst
Inayat Khan had de goddelijke eenheid voor ogen. Daartoe schiep hij de Universele Eredienst, die in principe overal ter wereld kan worden gehouden; een eredienst mét, maar ook zonder een bepaald ritueel.
Op de drempel van het derde millennium, onze tijd waarin individualisme
sterk manifest is, heeft het culturele leven, vooral dat van de westerse wereld,
een veelvormig karakter gekregen. Dat botst steeds heftiger met traditionele
religies en met kerkelijk dogmatisme.
Onze tijd, zo kunnen wij vaststellen, heeft dringend behoefte aan een eredienst
die geen bepaalde verplichtingen oplegt, maar die een kader schept voor een religieus
samenzijn van mensen, van vrije individuen met soms een totaal verschillende
achtergrond, maar die allen op zoek zijn. Op zoek naar wat het leven waardevol
en zinrijk maakt, en naar wat het hart verheft.
In de Universele Eredienst van onze tijd vinden we van iedere religie de kern
die in de mystiek ligt besloten: de eenheid van religieuze idealen. Deze universele
dienst reikt over de grenzen van de afzonderlijke religies heen. Mensen van verschillende
religies verenigen zich in een eredienst waar ook mensen-zonder-kerk zich thuis
kunnen voelen.
Bezinning
De Universele Eredienst is voor alles een dienst van bezinning die troost kan brengen en nieuwe moed kan geven en die kan inspireren. Dat is hard nodig in een wereld van tegenstellingen, zeker ook op religieus gebied, waar - paradoxaal genoeg - dikwijls haat wordt gezaaid in plaats van liefde en sympathie.
Inayat Khan heeft een vorm gevonden om de eenheid van religieuze idealen aanschouwelijk te maken.
Het goddelijk licht dat in de loop der eeuwen door profeten - de boodschappers
van God - aan de wereld is gebracht, wordt symbolisch voorgesteld door het
licht dat boven het altaar brandt en waaruit de zeven kaarsen op de altaartafel
worden aangestoken.
De wereldgodsdiensten die door deze kaarsen worden gesymboliseerd, zijn het
hindoeïsme, het boeddhisme, de godsdienst van Zarathoestra, de joodse
godsdienst, het christendom en de islam. De zevende kaars is het symbool voor
alle bekende en onbekende mensen die in de wereld het licht van de waarheid
in de duisternis van menselijke onwetendheid hebben hooggehouden.

Op het altaarkleed is het soefi-embleem aangebracht: een gevleugeld - dus bevrijd - hart. Religie werkt immers niet beperkend, maar bevrijdend. In het hart bevindt zich een wassende maan die de ontvankelijkheid van het hart symboliseert voor het goddelijke licht dat wordt voorgesteld door de vijfpuntige ster
Cherags
De dienst wordt door een groep van drie personen - cherags (lichtdragers)
- geleid. De samenstelling van die groep wisselt, maar zij telt nooit alleen
drie mannen of drie vrouwen. De cherags hebben een speciale wijding ontvangen.
De verscheidenheid van de beroepen waarin zij werkzaam zijn, is groot.
Zij hebben een spirituele training gevolgd volgens de methode en filosofie van
Inayat Khan. Een van de cherags steekt de kaarsen aan na het uitspreken van de
aanroep:
Tot de Ene, de volmaaktheid van liefde, harmonie en schoonheid, het Enige Wezen,
verenigd met alle verlichte zielen, die de belichaming vormen van de Meester,
de Geest van Leiding.
Vervolgens leest een andere cherag passages uit de heilige boeken van de verschillende
godsdiensten, die voor de kaarsen op het altaar liggen.
Die teksten hebben betrekking op het onderwerp dat door de derde cherag - de
spreker - is uitgezocht. Vaak zijn dit zeer actuele onderwerpen en het frappante
is dat daarover teksten van gelijke strekking te vinden zijn in die eeuwenoude
geschriften. Weliswaar verschillen zij door cultuur en tijd van ontstaan veel
van elkaar, maar tegelijkertijd blijkt er een grote eenheid te bestaan: treffende
overeenkomsten zowel wat de geest betreft als de inhoud. Dat schept een sfeer
van verdraagzaamheid en goede wil, waardoor de broeder- en zusterschap van alle
mensen naderbij kan worden gebracht.
Geestelijke vrijheid
Tijdens de dienst wordt een korte stilte gehouden, waarna de toespraak volgt
over het thema van de dag. De drie cherags zeggen ieder een gebed. Die gebeden
zijn van onschatbare waarde voor degenen die een spirituele afstemming zoeken
en hun leven op een ideaal willen richten.
De boodschap van geestelijke vrijheid die in deze dienst wordt gebracht, verenigt
mensen die open zijn, die niet gehinderd willen worden door vooroordelen.
Deze Universele Eredienst vormt een aansporing tot tolerantie en onderling begrip.
Deze leiden tot sympathie, waardoor de naastenliefde werkelijk in de praktijk
kan worden gebracht.
Allesoverkoepelende spiritualiteit
De Universele Eredienst biedt een ontdekking van een nieuwe, allesoverkoepelende spiritualiteit, waarin de eenheid van religieuze idealen is te vinden. Het is een eenheid in verscheidenheid, waarbij de eigen cultuur en religie behouden blijven. Er is geen dwang en er zijn geen van buiten opgelegde verplichtingen. Men kiest zelf, volledig vrij, voor een levenswijze waartoe deze dienst inspireert
copyright 2003 © Soefi Beweging Nederland


